Postzegels en tandjes
Als je postzegels bij het postkantoor koopt zitten deze op een vel met perforaties. Deze perforaties noemt men de tanden van een zegel. Dit maakt het eenvoudig om de postzegels van elkaar te schijden.In Postzegelcatalogi staan aanduidingen als ‘tand 10′ en ’161/2′, die de hoeveelheid perforaties per twee centimeter aangeven. Soms staat er ook ‘niet-getand’, als er geen perforaties tussen de postzegels aanwezig zijn. Dan moet men met een schaar de postzegels schijden.
Het komt wel voor dat de tanding (net als de papiersoort en het watermerk dat verderop beschreven staat) het enige is wat 2 postzegels van elkaar onderscheidt, die er op het eerste zicht identiek uitzien door hun formaat, tekening, kleur en de opgedrukte waarde. Een verschillende tanding geeft echter aan dat het twee postzegels zijn van verschillende uitgave die daardoor als twee verschillende postzegels beschouwd moeten worden.
Als je het aantal tanden wil tellen moet je niet alle tanden van de postzegel tellen. Hiervoor bestaat een tool met stippelijnen waar je de zegel moet naast leggen. Naast de stippelijn staan dan het aantal tanden.
Soorten tandjes bij postzegels
Er zijn drie verschillende soorten tanden:
- Kamperforatie met scherpe hoeken
- Lijnperforatie met onregelmatige hoeken
- Raamperforatie wordt enkele gebruikt voor blokken
